Applicateur kan niet doorgaan met alleen z'n kunstje doen

Jaap van Peperstraten

Oppervlaktebehandelaars hoef je niets te vertellen over corrosie, want elke dag bestrijden ze die met het conserveringssysteem dat ze aanbrengen. Toch? Nou, deze redenering gaat toch wel te kort door de bocht. Weet u wel precies waaraan de geconserveerde producten worden blootgesteld? Heeft u dat onlangs nog aan de eindklant gevraagd? Hoe vaak heeft u overleg met ketenpartners om de prestaties van de conservering ook op langere termijn te waarborgen? Heeft u een oplossing voor de coating op producten die aan het eind van hun levensduur zijn? Hoe duurzaam is uw coating? Moeten we het daar nu echt over hebben? Jazeker.

De gesprekpartners zijn mensen die niet “diep” in de coatings zitten, maar juist wel dagelijks met veel verschillende partijen uit onze branche en aanpalende sectoren te maken hebben. Het gaat om Suzanne Dietz van NEN, corrosie- en materiaaldeskundige Jack Tulp en Arjan de Bruin van Innovat.ION. Ze hebben elkaar gevonden op het terrein van kansen en bedreigingen voor onze branche. Beide uitdagingen vergen alertheid en bewustwording dat applicateurs succesvol kunnen zijn door tijdig op andere verdienmodellen over te stappen.

Suzanne Dietz: “Internationaal zien we dat er steeds meer aandacht komt voor normen over corrosie gedurende de hele levenscyclus van een product. De aandacht moet niet alleen gericht zijn op de kwaliteit van de conservering bij de oplevering, maar juist ook in de fases daarna. Ik vond het zorgwekkend te ontdekken dat binnen de normcommissie ‘Metallieke deklagen en corrosie’ nou juist niet de superexperts op dat gebied aan tafel zitten. Ik vroeg me af hoe men in Nederland tegen dit onderwerp aankijkt en wat we als NEN kunnen doen om mensen rondom dit onderwerp bij elkaar te brengen. Ik merkte dat meer mensen die zorgen hebben, maar ook dat er enthousiasme is om dit op te pakken. Maar voor oplossingen heb je steeds vaker andere soort verbanden nodig dan je nu vaak in de markt ziet. Gewenst is een situatie waarin alle partijen uit de keten vanuit hun belang, kennis en ervaring een waardevolle bijdrage kunnen leveren.”

Suzanne Dietz
Suzanne Dietz

LEVENSCYCLUSBENADERING
Toevallig kwam onlangs in het nieuws dat de Johan Cruijff Arena de laatste jaren aan het grossieren is in opvallende vernieuwingen op totaal verschillende terreinen. Dit komt door een uitgekiende samenwerkingsfilosofie, waarbij per project met wisselende partners wordt samengewerkt op basis van expertises. Applicateurs doen er goed aan te beseffen dat zij in heel veel verschillende ketens werken (bijvoorbeeld
voedingsmiddelenindustrie, maritieme sector, petrochemische industrie), terwijl corrosie voor iedere keten een andere uitdaging is.

Arjan de Bruin: “Als wij van toegevoegde waarde willen zijn op het gebied van corrosie op langere termijn, komen wij in gesprek met bedrijven (klanten) die een duidelijke visie hebben op de toekomst. Vanuit strategisch belang willen zij de kennis bundelen; applicateurs kunnen niet volstaan met alleen maar hun kunstje doen en moeten verder kijken dan hun neus lang is. Corrosiekennis kan alleen maar ten volle benut worden als je een levenscyclusbenadering hebt. Tegelijkertijd zoeken we vanuit Innovat.ION naar aanknopingspunten bij bedrijven om deze uitdaging met ons aan te willen gaan. Dat ligt niet zo voor de hand, want deskundigen op het gebied van corrosie praten niet graag over life cycle engineering en mensen die juist thuis zijn op dat gebied vinden het niet leuk om over zoiets als corrosie te praten.”

Het zendingswerk dat verricht moet worden, is overal uitleggen dat die onderwerpen veel met elkaar te maken hebben. Tegelijkertijd wordt op nationaal en internationaal terrein de nadruk op duurzaamheid (minder gebruik van grondstoffen en energie en meer aandacht voor hergebruik) steeds groter. Om dit concreet te maken, heb je dus andere verbanden nodig. Maar voor een duurzame aanpak van corrosie, blijkt de sector behoorlijk versnipperd te zijn, wordt er niet zoveel samengewerkt, zien veel partijen in de keten corrosie als een bijzaak en zijn veel partijen nog niet gewend om in langere termijnen te denken. Het wreekt zich des te meer dat er geen ‘centraal’ aanspreekpunt meer is, sinds het voormalige Nederlands Corrosie Centrum is verdwenen.

Arjan de Bruin
Arjan de Bruin

BEDRIJFSCONTINUÏTEIT
Arjan de Bruin: “Op cursussen over corrosie komen heel weinig studenten en leerlingen af. Tegelijkertijd zie je dat de inhoud van zo’n cursus over heel veel disciplines gaat, terwijl die disciplines zichzelf daarin niet herkennen. In de markt is er heel weinig besef dat bescherming tegen corrosie flink bijdraagt aan ons bruto nationaal product. Ook is er te weinig besef dat een conservering, die enerzijds het object beter tegen corrosie beschermt en anderzijds een milieuvriendelijk antwoord biedt als het object wordt afgedankt, een duidelijk toegevoegde waarde heeft voor de markt. Als we bedrijfscontinuïteit willen, moeten we daarop reageren. Daarom spreekt het voorbeeld van de living labs in de Johan Cruijff Arena mij zo aan. Daar worden concepten ontwikkeld en in praktijk gebracht, zodat iedereen die kan zien en ervaren. Die zichtbaarheid en samenwerking tussen verschillende partijen zijn van onschatbare waarde. Wij zouden graag de wenselijkheid en haalbaarheid van een dergelijk platform voor onze branche willen onderzoeken waar in living lab-achtige situaties wordt samengewerkt en ook casuïstiek wordt ontwikkeld met tastbare resultaten. Ik kan me voorstellen dat een dergelijk corrosieplatform onder de hoede van ION gestalte krijgt.”

Jack Tulp: “Zo’n platform zou een hefboom kunnen zijn om dit in samenhang aan te pakken. Die versnippering is geen opzet, maar een gevolg van het feit dat de industrietakken zo verschillend zijn en dus met verschillende problemen te kampen hebben als het gaat om een effectieve corrosieaanpak. Partijen die zich bezighouden met buisleidingen hebben een heel andere problematiek dan partijen die gericht zijn op energieopwekking of machinebouw. Er is wel aandacht voor corrosie, maar voornamelijk in de ontwerpfase, daarvoor zijn voorschriften en normen genoeg en gaat het meestal wel goed. Maar de belangrijkste fase op het gebied van corrosie is de gebruiksfase; die is nu vaak een kwestie van improviserend problemen oplossen. Terwijl we in Nederland wel degelijk ervaring hebben opgedaan door dit op een heel andere manier op te lossen. Een manier met goede resultaten en kostenbesparingen.”

Jack Tulp
Jack Tulp

ONTWERPBEWUST GEBRUIKEN
Hij wijst naar een recente publicatie in het Financieel Dagblad over de DBFM-projecten (Design, Build, Finance en Maintain) van het Rijk. Deze contractvorm kwam rond de eeuwwisseling in zwang. Het idee hierachter is dat een bouwer met betere oplossingen en plannen komt als hij verantwoordelijk is voor het hele pakket, inclusief onderhoud en financiering. Er is een aantal succesvolle projecten uitgevoerd, bijvoorbeeld de vernieuwde A59 tussen Geffen en Rosmalen, de verbrede A1 met de nieuwe spoorbrug bij Muiderberg of de net geopende Gaasperdammertunnel bij Amsterdam. Alles ging goed en op tijd, evenals het onderhoud na de bouw. Maar na enkele grote zeperds, bij bijvoorbeeld de Zeesluis IJmuiden en de A15 Maasvlakte-Vaanplein, lijkt de contractvorm te hebben afgedaan. Veel kennis die hiermee de afgelopen jaren in het veld is opgedaan, dreigt nu te verdwijnen. Arjan de Bruin: “Het gaat erom dat we gebruiksbewust ontwerpen (corrosiebewust ontwerpen) en ook ontwerpbewust gebruiken. Door bijvoorbeeld pijpleidingen, die ontworpen zijn voor een bepaald gebruik, moet je niet ineens andere vloeistoffen of gassen laten stromen dan waarvoor ze bedoeld zijn. Installaties moet je ook niet ineens meer belasten dan waarvoor ze ontworpen zijn en zo zijn er nog veel meer voorbeelden waar het gebruik niet conform het ontwerp is. De economische schade die dit oplevert, is gigantisch. Net zo goed als de ontwerper kennis moet hebben van corrosie, geldt dat ook voor de gebruiker. We willen niet dat Jack alleen maar gebeld wordt bij corrosieproblemen in de praktijk, maar dat hij juist wordt ingeschakeld bij het ontwerp om problemen op langere termijn te voorkomen.”

Speedgate Stadskantoor Hengelo

VISIE OP LANGERE TERMIJN
Suzanne Dietz: “Opdrachtgevers vinden prestaties op de langere termijn een moeilijk vraagstuk, omdat ze weinig handvaten hebben om dit te vragen aan de opdrachtnemers. Hoe reken je daarop af? Vroeger hadden we bij NEN de normcommissie corrosie, maar steeds minder mensen voelde zich daar thuis, omdat het steeds vaker over heel specialistische dingen ging. Nu is het onderwerp corrosie over diverse commissies verspreid en voelt niemand zich echt de eigenaar daarvan. Een visie op corrosie op de langere termijn komt zo niet van de grond. Zo’n platform
zoals Arjan bedoelde, zou hier de kartrekker kunnen zijn.”

Arjan de Bruin: “In het novembernummer van OT stond het artikel Coating as a service over de compleet nieuwe benadering van HTC, producent van speedgates. Voor applicateurs zou dat betekenen: geen coating verkopen, maar de dienst corrosiebescherming leveren gedurende bijvoorbeeld vijftien jaar waarvoor maandelijks een bedrag wordt betaald. De coatingleverancier wordt uitgedaagd met iets te komen waardoor de coating zo lang mogelijk meegaat, maar waarmee ook het milieu minder wordt belast wanneer de speedgate op het eind van zijn levensduur wordt gerecycled. Betalen voor het gebruik van de coating in plaats van er eigenaar van zijn, heeft heel veel consequenties voor de applicateur. Als hij er niet in slaagt een goed antwoord te formuleren op de vraag van HTC, dat gaat HTC die oppervlaktebehandeling zelf doen! Zo bedreigend is het uiteindelijk wel.

Spoorburg A1 Muiderberg in aanbouw
Spoorburg over de A1 bij Muiderberg in aanbouw

Reacties