Energietransitie vraagt om actieve bijdragen van applicateurs

Arjan de Bruin, Stichting Innovat.ION

De energietransitie daagt oppervlaktebehandelaars uit ook andere functies mee te geven aan de applicaties die ze uitvoeren. In de gebouwde omgeving is een energietransitie gaande en oppervlaktetechnieken kunnen daarbij een grote rol spelen. Stichting Innovat.ION wil graag aan de wieg van die ontwikkeling staan en daagt applicateurs uit hierbij aan te haken.

Innovat.ION leverde een bijdrage aan de plaatsing van het CELSIUS-huis op een bedrijventerrein in Amersfoort. Het huis past in de transitie van een wijk met voornamelijk bedrijfsgebouwen (Hoefkwartier) naar een stadswijk waarin wonen, werken, leren en ontspannen samenkomen. Hiertoe worden kantoren omgebouwd naar appartementen en nieuwe appartementen gebouwd. Er ontstaat een duurzame stadswijk waar een (energie)transitie zichtbaar wordt. Het CELSIUS-huis fungeert als een attractieve magneet voor leren en innoveren op het gebied van (energie) transitie. Voor Innovat.ION was dit aanleiding om met lokale opleidingsinstituten, ondernemingen, onderzoeksinstellingen, overheden en omwonenden te komen tot een platform (Transitielab) waar belanghebbenden samenwerken en leren op het gebied van innovaties. Er is subsidie aangevraagd om twee wegen uit te werken: naar een energieneutrale wijk en naar een circulaire, afvalvrije wijk.

De plannen voor het Transitielab dateren van 2019. Innovat.ION organiseerde een International Summer School in het kader van het Europese Erasmus+-project FROM ZERO TO HERO. Onder leiding van Innovat.ION werd met de gemeente Amersfoort, de Hogeschool Utrecht in Amersfoort en www.thelakehouse.one (het eerste energieleverende
passiefhuis van Amersfoort) een programma aangeboden voor studenten en professoren van internationale universiteiten om te leren van inspirerende voorbeelden van energie-efficiënte gebouwen. De deelnemers bezochten ook ION in Nieuwegein om innovatieve voorbeelden te zien van het gebruik van oppervlaktebehandelingen in stedelijke omgeving.

INNOVEREN+LEREN=TRANSITIE
Door als oppervlaktebehandelende branche mee te denken op plaatsen waar de energietransitie al onderzoekend in praktijk wordt gebracht, kun je als branche je meerwaarde laten zien. En er zijn kansen genoeg. Op steeds meer daken verschijnen zonnepanelen, maar ook kun je er groene daken van maken. Andere oppervlakken in steden en dorpen lenen zich voor energieopwekking en daarom is het geen wonder dat in Europa veel praktijkgerichte onderzoeken plaatsvinden naar mogelijkheden van energiewinning uit bouwoppervlakken. In Europa is naar schatting ongeveer 60 miljard vierkante meter aan geveloppervlakte. Daarmee zouden we een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050 kunnen realiseren. Het idee is om verschillende nieuwe technieken te integreren in de gevels om warmte of elektriciteit te winnen. Een inspirerend voorbeeld hiervan staat in de Utrechtse wijk Overvecht waar na een ingrijpende renovatie de eerste energieleverende hoogbouwflat van Europa staat. Behalve dalende woonlasten ervaren de bewoners van deze sociale huurflat met 58 woningen meer comfort door een beter binnenklimaat met een verbeterde luchtkwaliteit. Het innovatieve renovatiesysteem combineert slimme multifunctionele gevels met duurzaam verwarmen en ventileren en met duurzame energieopwekking. Bepaalde oppervlaktebehandelingen zou deze vorm van renovatie verder kunnen optimaliseren. Deze renovatie heeft een schat aan nieuwe kennis opgeleverd over hoe flats uit de jaren ‘60 energetisch aangepast kunnen worden. Grootschalige verduurzaming van de bestaande hoogbouwflats is hiermee een flinke stap dichterbij. In Nederland zijn er circa 250.000 vergelijkbare hoogbouwflats die verduurzaamd moeten worden. Het project werd tijdens de Summerschool in 2019 bezocht, onder meer een modelwoning op locatie en een proefopstelling bij de Hogeschool van Utrecht. Daarbij zagen de deelnemers wel gemiste kansen voor de oppervlaktebehandelende branche. Men opperde dat elk oppervlak energie moet opwekken en dat zonnepanelen met kleur (door het gebruik van nanodeeltjes) ook andere functies kunnen krijgen. Rode panelen vervangen dan dakpannen, witte panelen fungeren als wandplaten en groene zonnepanelen in de natuur vallen minder op.

Plaatsing Celsius-huis
Enkele betrokkenen, waaronder Arjan de Bruin (tweede van links) bij de plaatsing van het Celsius-huis

VOORBEELDEN
In en rondom het CELSIUS-huis zijn diverse mogelijkheden om nieuwe technieken te demonstreren. Met fotovoltaïsche ramen met streepachtige elementen kan elektriciteit worden opgewekt. Dergelijke ramen zijn geschikt voor trappen of ramen die licht doorlaten, maar waar perfecte transparantie niet is vereist. Ook kan met speciale verf – afhankelijk van de kleur – 40 tot 98% van het zonlicht worden geabsorbeerd. Geverfde panelen worden vervolgens op speciale warmtepompen aangesloten voor verwarming of voor warm tapwater. Zo’n systeem houdt de panelen ook op een redelijk stabiele temperatuur, zelfs tijdens hete zomerdagen, waardoor ze efficiënt warmte blijven opvangen. In Flevoland is deze technologie getest op een school.

Een andere techniek voorziet in speciale geventileerde ramen om een gebouw in de zomer af te koelen. Het glas is transparant en vangt zonnestraling in het nabij-infrarode spectrum op. Door lucht via kanalen in het glas te laten stromen, wordt de warmte afgevoerd en filtert het glas energie uit het zonlicht. Gekleurde glaspanelen zouden binnen 15 jaar hun investering moeten terugverdienen. Binnenkort worden in gebouwen meer voorbeelden zichtbaar van energieopwekkende geverfde panelen, en van transparant en gekleurd glas.

SLIMMERE OPPERVLAKKEN
Zoeken naar combinatie van functies resulteert in slimmere oppervlakken. Zo wordt onderzocht hoe trottoirs, fietspaden en straten energie kunnen leveren door er elektromechanische apparaatjes in te plaatsen. Als die door het verkeer worden samengedrukt, zetten ze mechanische energie om in elektriciteit. Onder normale verkeersomstandigheden zou een traject van één kilometer genoeg energie kunnen opwekken voor de energie van ongeveer 2.000 straatlantaarns. Vanwege een toename van hete dagen zomers, wordt een grotere hittebestendigheid van bouwmateriaal belangrijker. Toepassing van fosforescente materialen in bijvoorbeeld bestratingsmateriaal, resulteert in een lagere temperatuur dan die van gewone stadsoppervlakken. De gloed van bijvoorbeeld het trottoir houdt één of twee uur na zonsondergang aan, waardoor de straatverlichting later aankan.

Asfalt kan tijdens hittegolven gaan knikken en barsten, wat de onderhoudskosten verhoogt en de levensduur beperkt. Er wordt in Europa gewerkt aan een netwerk van ingebedde leidingen in trottoirs om warmte af te voeren. Dan wordt de bestrating met grondwater afgekoeld, maar die leidingen kunnen ook met geothermie de boel juist opwarmen als er ijs is. In de nabije toekomst lopen we op slimmere trottoirs met sensoren en elektronica erin. En dan zien we mooie gevels die geruisloos energie uit zonlicht winnen en de steden koelen.

Kortom: overal zijn er initiatieven die de energietransitie tastbaar maken. Moeten applicateurs niet eens hard gaan na denken over hoe zij deel gaan uitmaken van deze innovaties? In en rondom het CELSIUS-huis kunnen we ook met oppervlaktetechnologieën gaan leren & innoveren! Wie doet er mee?

Meer informatie:
www.vereniging-ion.nl/stichting-innovation

Reacties