Tijdens het recente ESTAL-congres in Thessaloniki presenteerde Elke Schropp (Joint Research Centre, Sevilla) een belangrijke update over de herziening van de Europese BREF Surface Treatment of Metals and Plastics (STM). Deze herziening, die plaatsvindt onder de vernieuwde Industrial Emissions Directive 2.0 (IED 2.0), zal de komende jaren grote invloed hebben op de gehele oppervlaktebehandelingsketen.
De nieuwe BREF-STM markeert een duidelijke verschuiving: van een technisch referentiedocument naar een juridisch bindend kader dat in alle EU-lidstaten rechtstreeks doorwerkt in vergunningen en milieueisen. Voor bedrijven betekent dit dat de normen niet alleen strenger worden, maar ook uniformer en veel meer gebaseerd op meetbare data.
Focus op energie, water en emissies
De herziening legt sterkere nadruk op het reduceren van energie- en waterverbruik, het verlagen van emissies en het stimuleren van circulaire processen. Belangrijke inhoudelijke wijzigingen zijn:
Uitbreiding van emissieparameters
Nieuwe of aangescherpte normen worden ontwikkeld voor o.a.:
- TOC
- AOX
- PFAS
- Chromium (VI)
- Ammoniak
- Fluoride
Deze parameters worden belangrijke stuurgetallen binnen vergunningen en milieubeheer, met mogelijk grote impact op installaties waarin met gevaarlijke of moeilijk afbreekbare stoffen wordt gewerkt.
BAT-AEPL’s voor water en energie
Voor het eerst worden bindende BAT-Associated Energy and Water Performance Levels geïntroduceerd. Dit betekent dat bedrijven moeten voldoen aan prestaties voor:
- energieverbruik per processtap of per behandelde oppervlakte
- watergebruik binnen spoel- en proceslijnen
De EU zet hiermee in op een verdere verduurzaming en efficiëntieverbetering van productieprocessen.
Meer aandacht voor circulariteit
Circulariteit wordt een expliciet onderdeel van BAT. Denk aan:
- hergebruik van spoelwater
- regeneratie van baden
- terugwinning van grondstoffen
- minimalisatie van slib en reststoffen
Deze maatregelen zullen niet langer aanbevelingen zijn, maar harde vereisten.
Verplicht milieubeheersysteem met openbare data
Een van de meest ingrijpende vernieuwingen is dat bedrijven verplicht worden een milieubeheersysteem (EMS) te voeren met:
- structurele dataverzameling
- rapportage over emissies, water- en energieverbruik
- jaarlijkse voortgangsdoelen
Daarnaast zal een deel van de emissiedata openbaar worden gemaakt. Dit sluit aan bij Europese ambities voor meer transparantie richting burgers en belangenorganisaties.
Reacties uit de praktijk
Op de eerste conceptversie van februari 2025 (Draft 1) kwamen ruim 100 reacties binnen vanuit bedrijven, brancheorganisaties en kennisinstellingen. De meeste opmerkingen betroffen:
- de voorgestelde emissieniveaus voor waterlozingen, en
- de consequenties voor anodiseerprocessen, waar sommige eisen als te stringent of technisch onhaalbaar werden ervaren.
Het Joint Research Centre verwerkt deze input momenteel bij de totstandkoming van Draft 2.
Tijdlijn naar publicatie
Het JRC schetst het volgende tijdpad:
| Jaar | Mijlpaal |
|---|---|
| 2021 - 2023 | Dataverzameling & bedrijfsbezoeken |
| Februari 2025 | Publicatie eerste concept (Draft 1) |
| Mei 2025 | Commentaarronde Technical Working Group |
| Eerste helft 2026 | Data-analyseworkshop (JRC, Sevilla) |
| Tweede helft 2026 | Laatste TWG-bijeenkomst |
| 2027 | Publicatie in EU-Publicatieblad |
| 2031 | Implementatie volledig afgerond |
Vanaf publicatie in 2027 worden de nieuwe BAT-conclusies direct bindend voor vergunningverlening in Nederland. Bedrijven krijgen tot uiterlijk 2031 om hun processen en installaties hierop aan te passen.
Impact voor de Nederlandse oppervlaktebehandelingssector
De nieuwe BREF STM zal zorgen voor:
- strengere en meer uniforme emissie- en verbruiksnormen
- grotere druk op innovatie en investeringen in water- en energiebesparing
- toenemende noodzaak tot datagestuurd milieubeheer
- meer aandacht voor circulariteit in de bedrijfsvoering
Vereniging ION volgt de herziening nauwlettend en informeert de sector zodra nieuwe versies of workshops beschikbaar komen. Waar nodig zal Vereniging ION richting de overheid en Europese gremia blijven aangeven wat de praktische impact is op Nederlandse bedrijven, zodat de uiteindelijke regelgeving uitvoerbaar en proportioneel blijft.