Besluit over autorisatie chroom VI: betekenis voor onze branche

Jaap van Peperstraten

Het CTAC Submission Consortium (CTAC Sub) heeft in een persbericht bevestigd dat de Europese Commissie na een vertraging van meer dan twee jaar uiteindelijk de zes essentiële toepassingen van chroomtrioxide (EC 215-607-8; CAS 1333-82) zal toestaan na een stemming bij gekwalificeerde meerderheid (24 vóór, 4 tegen) in het REACH-comité op 15 februari 2019.

De toegekende herbeoordelingstermijnen zijn zeven jaar vanaf de sunsetdate (21 september 2017) voor gebruik 1 (formulering), gebruik 2 (hardverchromen) en gebruik 4 (oppervlaktebehandeling lucht- en ruimtevaart), en vier jaar vanaf de datum van de autorisatiebeslissing (15 februari 2019) voor gebruik 3 (functioneel chroom met decoratief karakter), gebruik 5 (diverse oppervlaktebehandelingen) en gebruik 6 (passivering van vertind staal (ETP).

VOORWAARDEN

De autorisatiebeslissing bevat wel een aantal voorwaarden. Het zal een uitdaging worden om hieraan te voldoen. Ook de timing is ambitieus. De relevante tijdstippen worden hieronder opgesomd:

  • 1 april 2019 - Autorisatiebesluit aangemeld bij aanvragers (geschatte datum).
  • 1 juli 2019 - Autorisatiehouders wordt gevraagd om specifieke blootstellingsscenario’s op te stellen en te verspreiden (als bijlagen bij veiligheidsinformatiebladen) voor representatieve processen, operaties en individuele taken.
  • 1 juli 2019 - Downstreamgebruikers moeten conform artikel 66 van REACH hun gebruik aan ECHA melden.
  • 1 oktober 2019 - Van downstreamgebruikers wordt gevraagd om de eerste blootstellingsmetingen gereed te hebben.
  • 1 april 2020 - Van downstreamgebruikers wordt gevraagd om de gegevens van de blootstellingsmetingen en lucht- en afvalwatermonitoring aan ECHA te melden.
  • 1 oktober 2020 - Van autorisatiehouders wordt gevraagd om blootstellingsscenario’s te valideren met nieuwe gegevens van blootstellingsmetingen en vanuit lucht/afvalwatermonitoring die zij van downstreamgebruikers via ECHA hebben ontvangen.
  • 1 oktober 2021 - Autorisatiehouders wordt gevraagd om een beoordelingsrapport in te dienen voor de gebruiksgroepen 3, 5 en 6 als ze besluiten om de upstream toepassing voort te zetten.
  • 1 april 2023 - Einde van de autorisatieperiode voor gebruik 3, 5 en 6.
  • 21 april 2023 - Autorisatiehouders wordt gevraagd om een beoordelingsrapport in te dienen voor gebruik 1, 2 en 4 als ze besluiten om de upstream applicatie voort te zetten.
  • 21 april 2024 - Einde van de autorisatieperiode voor de gebruiksgroepen 1, 2 en 4.

Voor de goede orde: Het CTAC Sub Consortium heeft Good Practice Sheets en Q&A’s beschikbaar gesteld om te helpen bij de implementatie, zie www.jonesdayreach.com.

Stoffen ECHA

IMPLEMENTATIE

Overigens is er op verzoek van het Nederlandse commissielid ook een artikel opgenomen in de autorisatiebeslissing dat er geen (rest)hoeveelheid chroom VI in consumentenproducten mag zitten waarvan de waarde boven de detectiegrens uitkomt. Dr. Martin Kleban, voorzitter van CTAC Sub legt uit: “De houders van de autorisaties zullen nu actief moeten samenwerken met downstreamgebruikers om de autorisatiebeslissingen te implementeren. Het succes van de implementatie zal daarbij in grote mate afhangen van de vraag of de downstreamgebruikers allemaal in staat zijn om de volledige en nauwkeurige meet- en monitoringgegevens te verstrekken aan ECHA. Naleving en medewerking van downstreamgebruikers zal ook een belangrijke rol spelen bij de beslissing van de consortiumleiders hoe de autorisatiehouders de beoordelingsrapporten (herautorisatie) zullen benaderen, dat wil zeggen, of zij doorgaan met de upstreamautorisatie of niet.”

Er is dus nog wel het nodige werk te doen. Gelukkig is nu wel duidelijk dat er een autorisatie met genoemde periode is verleend. Dat betekent dat u de komende tijd in ieder geval kunt beschikken over de grondstof chroomtrioxide als u een proces voert dat valt binnen de autorisatieaanvraag van CTAC Sub. Voor de meeste oppervlaktebehandelende bedrijven is dat het geval. Toch kunt u lang niet in alle gevallen doorgaan met het gebruik van chroomtrioxide. In de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet en in de Wet Milieubeheer (Activiteitenbesluit) staan minimalisatieverplichtingen. Dat betekent dat als er een alternatief beschikbaar is, u dit alternatief moet gebruiken. Daarbij geldt in beide gevallen een bovengrens van 1μg/m³.

De uitslag betekent dat u voor bijvoorbeeld het voorbehandelen van aluminium delen voor een gebouw wel degelijk gehouden bent aan alternatieven. Immers, er zijn bewezen alternatieven beschikbaar. Voor hardchroom is voor veel toepassingen geen bewezen alternatief beschikbaar, en daarvoor kunt u binnen de geldende regelgeving dus wel gebruik maken van chroomtrioxide. Omdat u per toepassing één en ander moet documenteren, is informatie van de branche gewenst en beschikbaar bij Vereniging ION.

Gevaarlijke stoffen

VEILIGE WERKWIJZEN

Zoals ook blijkt uit de autorisatievoorwaarden van chroomtrioxide, wordt er steeds meer en diepgaandere aanvullende informatie gevraagd over blootstelling aan CMR-stoffen. Problemen hierbij voor applicateurs zijn dat het lastig en kostbaar is om de metingen te verrichten, dat er door de lage Nederlandse grenswaarden er geen mogelijkheid is om de 10%- waarde te meten (NEN EN 689-2018) en dat een referentiewaardemeting minimaal zes keer uitgevoerd moet worden. Echter, deze vraag zal naar verwachting ook voor andere stoffen gaan komen.

Om de veilige werkwijzen te bepalen, is Vereniging ION gestart met het project ‘Blootstelling’ (zie hiervoor ook de informatie over dit project in de portal). In dit project worden voor diverse CMR-stoffen mogelijke veilige werkwijzen geïnventariseerd en hun effect op de blootstelling. We kijken dan voor meerdere CMR-stoffen naar arbeidsveiligheid en omgevingsveiligheid. In de modellen wordt uitgegaan van bovenwaarden volgens het VIB. Er zal dus daadwerkelijk moeten worden gemeten om de werkelijke effecten te bepalen. Voor chroom VI kijken we overigens ook nog naar biomonitoring. Dat is een Europees project dat in Nederland door het Radboud MC wordt uitgevoerd.

De stoffen die we voor ogen hebben zijn:

  1. Nikkelsulfaat (casnr. 7786-81-4).
  2. Salpeterzuur (casnr. 7697-37-2).
  3. Waterstoffluoride (casnr. 7664-39-3).
  4. Zwavelzuur (casnr. 231-639-5).
  5. Chroomtrioxide (casnr. 1333-82-0) in twee toestanden (met en zonder H2-productie).
  6. Tinsulfaat (casnr. 7488-55-3).
  7. Indien mogelijk ook een kobaltverbinding.

Binnen dit project zullen we kijken naar verschillende maatregelen en gebruiksstadia. Voor zover bekend is in Europa een dergelijk grootschalig onderzoek nog niet eerder gedaan. De resultaten worden eind 2019 verwacht. Het onderzoek zal ook belangrijk (kunnen) zijn als Risico Inventarisatie & Evaluatie bij een eventuele vervolgautorisatie. Daar de Inspectie SZW al wel inspecteert, kan in voorkomende gevallen een beroep worden gedaan op Vereniging ION om voorlopige gegevens, werkwijzen en inspectie-onderwerpen te bespreken.

Voor de goede orde: de genoemde grootschaligheid kan alleen worden gerealiseerd als er voldoende financiële dekking is. Daar wordt nog aan gewerkt. De branche heeft een aantal wettelijke verplichtingen. Die zullen de bedrijven en ION zelf moeten vervullen. Voor de bovenwettelijke zaken is een subsidie aangevraagd. Als iedereen zijn metingen beschikbaar stelt en actief meewerkt aan de creatie van tabellen, kunnen we tegen relatief lage kosten veel informatie vergaren die de branche in de toekomst vooruit kan helpen. Wel moeten we dan staan voor samenwerking. ION zal hierin het voortouw nemen, maar rekent op de bijdrage van eenieder.

Reacties