De rapportage voor het vierde kwartaal van 2025 is door KWA Bedrijfsadviseurs voltooid, waarbij verschillende cruciale ontwikkelingen in Nederlandse wetgeving zijn geïdentificeerd. Hieronder worden enkele van de belangrijkste wijzigingen en nieuwe publicaties uitgelicht:
-
Een wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan diisocyanaten en lood. Het betreft een wijziging van de grenswaarden en het invoeren van een verplichting voor werkgevers om jaarlijks een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) aan te bieden.
Wie: Deze wijziging is van toepassing op bedrijven waar wordt gewerkt met lood of diisocyanaten.
Wat: De wijzigingen hebben onder andere betrekking op de verplichting voor werkgevers om werknemers, die blootgesteld kunnen worden aan gevaarlijke stoffen waarvoor een biologische grenswaarde is vastgesteld, jaarlijks een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) aan te bieden.
Ook worden diverse wijzigingen doorgevoerd in verband met de definitie van mutagene en kankerverwekkende agentia.
Wanneer: Deze wijziging treedt per 9 april 2026 in werking.
Suggestie: Ga na of uw medewerkers aan de genoemde stoffen kunnen worden blootgesteld. Zorg ervoor dat werknemers jaarlijks een PAGO wordt aangeboden. Houd een (persoons)registratie van blootstelling bij en zorg ervoor dat deze tot veertig jaar (na uitdiensttreding) wordt bewaard.
Wat: De wijzigingen hebben onder andere betrekking op:Het verlagen van de biologische grenswaarde voor lood in het bloed van 70 µg/100 ml naar 30 µg/100 ml per 9 april 2026, en per 1 januari 2029 naar 15 µg/100 ml;
Het verlagen van de grenswaarde voor lood in de lucht van 100 µg/m3 naar 20 µg/m3 per 9 april 2026;
Het invoeren van een nieuwe grenswaarde voor diisocyanaten (gemeten als NCO) in de lucht van 0,010 mg/m3, die verder wordt verlaagd naar 0,006 mg/m3 per 1 januari 2029;
Het verplichten voor werkgevers om werknemers jaarlijks een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) aan te bieden bij medewerkers die blootgesteld kunnen worden aan gevaarlijke stoffen waarvoor een biologische grenswaarde is vastgesteld.Wanneer: Deze wijziging treedt gefaseerd in werking. Per 9 april 2026 worden de grenswaarden aangescherpt.
Per 1 januari 2029 wordt de verdere aanscherping van kracht.
Suggestie: Ga na of uw medewerkers aan de genoemde stoffen kunnen worden blootgesteld;
Beoordeel of de blootstellingswaarden onder de grenswaarden liggen;
Zorg ervoor dat medewerkers jaarlijks een PAGO wordt aangeboden;
Houd een (persoons)registratie van blootstelling bij en zorg ervoor dat deze tot veertig jaar (na uitdiensttreding) wordt bewaard.
-
Een wijziging van de REACH-verordening in verband met het beperken van per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) in blusschuim. Het betreft onder andere een verbod per 23 oktober 2030 voor het op de markt brengen en het gebruik van PFAS in blusschuim. Daarnaast worden diverse voorwaarden opgenomen voor gebruikers van PFAS-houdend blusschuim met ingang van 23 oktober 2026.
Wie: Deze wijziging is van toepassing op bedrijven die PFAS-houdend blusschuim produceren, opslaan en/of gebruiken.Wat: Er is een Verordening (EU) 2025/1988 tot wijziging van Bijlage XVII van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH) gepubliceerd. De wijzigingen hebben onder andere betrekking op:
1.) Het instellen van een verbod per 23 oktober 2030 voor het op de markt brengen en het gebruik van PFAS in blusschuim in een concentratie van 1 mg/l voor de som van alle PFAS. Op dit verbod zijn diverse uitzonderingen en overgangstermijnen van toepassing. Dit betreft onder andere:
Vanaf 24 april 2027 geldt een verbod voor het gebruik van PFAS in blusschuim in een concentratie van 1 mg/l of meer voor de som van alle PFAS voor opleiding en tests en bepaalde (bedrijfs)brandweerdiensten;
Voor draagbare blustoestellen gaat het verbod in vanaf 1 januari 2031;
Voor een aantal specifieke bedrijfstakken (waaronder Seveso-inrichtingen) geldt het verbod vanaf 24 oktober 2035. Raadpleeg Bijlage XVII voor uw specifieke situatie.
2.) Het opnemen van een concentratielimiet van PFAS in fluorvrij blusschuim afkomstig van volgens de beste beschikbare technieken (BBT) gereinigde apparatuur (zoals sprinklers). De concentratie van PFAS in fluorvrij blusschuim mag niet hoger zijn dan 50 mg/l. Dit geldt niet voor draagbare brandblussers.3.) Het opnemen van diverse voorwaarden voor gebruikers van PFAS-houdend blusschuim met ingang van 23 oktober 2026. Het betreft onder andere:
Het PFAS-houdend blusschuim mag uitsluitend worden gebruikt voor branden waarbij ontvlambare vloeistoffen zijn betrokken (branden van klasse B);
Het minimaliseren van de emissies naar het milieu en blootstelling van de mens aan het blusschuim;
Het ervoor zorgen dat voorraden niet-gebruikt blusschuim en PFAS-houdend afval (inclusief afvalwater afkomstig van het blusschuim), voor zover technisch en praktisch mogelijk, gescheiden worden ingezameld en op de juiste wijze worden verwerkt;
Het opstellen van een beheerplan voor PFAS-houdend blusschuim, specifiek gericht op de locatie waar het PFAS-houdend blusschuim wordt gebruikt.
4.) Het opnemen van de verplichting voor producenten om vanaf 23 oktober 2026 blusschuim en -concentraten die meer dan 1 mg/l PFAS bevatten te etiketteren. Gebruikers moeten er vanaf deze datum voor zorgen dat voorraden niet-gebruikt blusschuim en PFAS-houdend afval (inclusief afvalwater afkomstig van het blusschuim) worden geëtiketteerd.Wanneer: Deze wijziging is op 23 oktober 2025 in werking getreden.
Achtergrond: PFAS zijn een groep van persistente chemicaliën die onder meer worden gebruikt in blusschuim en kunnen schadelijk zijn voor mens en milieu. Deze wijziging is onderdeel van een bredere EU-strategie om de impact van schadelijke chemicaliën te verminderen en een duurzaam chemicaliënbeleid te bevorderen. Er is een Guidance document gepubliceerd dat als richtlijn kan worden gebruikt in de transitie naar een PFAS-vrij blusschuim systeem. De Inspectie Leefomgeving en Transport geeft aan vanaf december 2025 onaangekondigd langs te komen voor controle.
Suggestie: Inventariseer waar binnen uw bedrijf wordt gewerkt met PFAS-houdende blusmiddelen en welke specifieke PFAS-verbindingen dit betreft. Ga na welke alternatieven geschikt zijn en zorg voor tijdige vervanging. Zorg ervoor dat voorraden niet-gebruikt blusschuim en PFAS-houdend afval (inclusief afvalwater afkomstig van het blusschuim) worden geëtiketteerd. Indien sprake is van PFAS-houdend blusschuim, zorg ervoor dat per 23 oktober 2026 wordt voldaan aan de voorwaarden. Zoals het gescheiden inzamelen van niet-gebruikt blusschuim en PFAS-houdend afval (inclusief afvalwater afkomstig van het blusschuim) en het opstellen van een beheerplan voor PFAS-houdend blusschuim.
TIP: Ondanks de gefaseerde inwerkingtreding is het advies gelijk over te stappen op een volledig PFAS-vrij alternatief. Dit voorkomt dat op een later moment opnieuw naar een alternatief moet worden gezocht.
-
Het Circulair Materialenplan – CMP is gepubliceerd. Het CMP vervangt het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) en legt de nadruk niet alleen op afvalbeheer, maar ook op het voorkomen van afval door verbeterd ontwerp, productie en hergebruik van materialen en producten. Het CMP bevat onder andere nieuwe kaders voor het gebruik van grondstoffen gedurende de hele materiaalcyclus – van ontwerp tot afvalfase.
-
Er is een ontwerpwijziging tot aanpassing van Bijlage XVII van de REACH-verordening gepubliceerd. Het betreft het aanpassen en corrigeren van de regels over synthetische polymeermicrodeeltjes. Zo wordt de uitzondering voor synthetische polymeermicrodeeltjes in vaste materialen gewijzigd en wordt een uitzondering toegevoegd voor het gebruik van synthetische polymeermicrodeeltjes voor Research and Development (R&D). Daarnaast is een hulpmiddel gepubliceerd dat kan ondersteunen bij de rapportageverplichting voor microplastics.
-
De Nederlandse implementatie van de Richtlijn industriële emissies (Richtlijn (EU) 2023/1791) is in het Besluit energie-audit in concept gepubliceerd. Het betreft onder andere het leidend worden van het gemiddelde energiejaarverbruik bij het bepalen of een EED energie-audit moet worden uitgevoerd. Zo moeten bedrijven met een gemiddeld energiejaarverbruik van meer dan 10 TJ met een maximum van 85 TJ in de voorgaande drie jaar (alle energiedragers samengenomen) een EED energie-audit uitvoeren.
Meer informatie over bovenstaande wijzigingen is te vinden in de tool MakeOnline (https://www.make-online.nl/verenigingion).
Login met jouw gebruikersgegevens, ga bovenin naar Wijzigingen, en vul rechts in het zoekveld KWA-55-11579 in. Je komt dan bij bovenstaande informatie uit met de vermelding van de wijzigingsnummers.