Onopgemerkte fouten tijdens de applicatie

Jaap van Peperstraten

Iedere applicateur verricht zijn werk natuurlijk naar eer en geweten en probeert het beste resultaat te behalen. Maar soms blijkt na enkele jaren dat er veel eerder corrosie optreedt dan normaal gesproken wordt verwacht. Men zegt dan vaak dat de coating faalt, maar is die uitspraak niet veel te kort door de bocht? Misschien moet de fout eerder gezocht worden bij het aanbrengen van de coating? We gingen hiervoor te rade bij Henk Ras, in dienst bij ingenieurs-/adviesbureau Nebest, maar als NACE CIP level 3 coating-inspecteur gedetacheerd bij Rijkswaterstaat.

Over dit onderwerp hield hij dit voorjaar een presentatie tijdens het seminar Corrosie bij opslag biobrandstof en, georganiseerd door het Corrosion Control Technology Centre. De presentatie gaf aanleiding om daarna eens met hem dieper op dit onderwerp in te gaan. “In 2017 ben ik met pensioen gegaan, maar ik ben via een oud-collega gevraagd om bij Nebest de functie van senior coatingadviseur te vervullen bij Rijkswaterstaat. Mijn focus ligt op alle facetten van coatings. Ik doe onderzoek, allerlei soorten testen, monstername, ik geef adviezen en doe kwaliteitscontroles van coatingsystemen tijdens nieuwbouw en onderhoud. Ik kom natuurlijk wel eens problemen tegen bij een aangebrachte conservering. Dan hoor je wel eens dat de coating faalt, maar op de keper beschouwd betekent die uitspraak dat er dan bij de verffabrikant iets mis is gegaan. Maar problemen in een coatingsysteem zijn in praktisch alle gevallen te wijten aan onopgemerkte fouten tijdens de applicatie.”
Hij licht toe: “Een verf is maar een halfproduct en door de applicateur wordt er een eindproduct van gemaakt. In de fase van halfproduct naar eindproduct kunnen er heel veel dingen niet gaan zoals de coatingfabrikant zich had voorgesteld en waardoor een coating niet kan doen wat die zou moeten doen. De verffabrikant stelt allerlei eisen aan de omgeving waarin de applicatie plaatsvindt en aan de ondergrond. Denk bijvoorbeeld aan temperatuur van het substraat en van de ruimte waarin de applicatie plaatsvindt, de luchtvochtigheid, het dauwpunt, stof in de omgeving, gebruik van verkeerd verdunningsmiddel en spuitapparatuur doorspoelen met spoelthinner en diezelfde
spoelthinner gebruiken om de verf aan te lengen. Maar ook aan een te hoge of te lage straalruwheid en straalreinheid of bijvoorbeeld wateroplosbare zouten op het oppervlak. Of onvoldoende laagdikte van de coating om de ondergrond te beschermen tegen condensvorming en waterdampdoorlaatbaarheid. Er zijn zoveel schakels tussen de natte verf in de bus en de droge verf op het product en er kunnen zoveel dingen fout gaan of niet gecontroleerd worden, dat je in de regel de coating zelf niet schuld kan geven.”

Henk Ras
Henk Ras van Nebest

AFNEMENDE KENNIS
Een andere mogelijke oorzaak is dat de aangesloten apparatuur niet goed geaard is waardoor er een elektrisch circuit is ontstaan met als gevolg dat de coating zich niet goed heeft kunnen hechten. Hij wijst erop dat in de meeste databladen die bij verfproducten worden geleverd heel duidelijk staat omschreven waaraan de omstandigheden moeten voldoen voordat het product mag worden aangebracht. Als aan die eisen is voldaan, zal de coating zich volledig kunnen richten op de bescherming van de ondergrond tegen corrosie. Als die dan toch optreedt, moet de oorzaak in één van de genoemde oorzaken worden gezocht of in een mechanische beschadiging waardoor de beschermende werking van de coating op die plek verdwijnt. Dat de oorzaak van problemen vaak te vinden is in fouten tijdens de applicatie heeft volgens hem ook te maken met afnemende kennis bij de mensen die bij de applicatie betrokken zijn, maar ook met een verkeerde instelling tijdens het werk.
“Ik word dus regelmatig ingeschakeld bij coatingproblemen en wat mij de laatste jaren heel erg opvalt, is dat de kennis die je mag verwachten bij applicatiebedrijven vaak niet meer het niveau heeft van vroeger. Toen waren er veel meer mensen binnen zo’n bedrijf die kennis van zaken hadden en precies wisten waar ze mee bezig waren. Nu is dat een stuk minder. Daarentegen is men veel meer gericht op productiesnelheid en het terugleveren naar de klant en daarbij wordt vaak op een verkeerde manier gekeken naar de vraag van de klant. En je ziet steeds vaker bij applicatiebedrijven dat men een eigen kwaliteitscontrole hanteert, maar dan praat je dus wel over een situatie waarin de slager zijn eigen vlees keurt. Ik heb zelf tien jaar lang als kwaliteitscontroleur gewerkt bij een straal- en coatingbedrijf en gemerkt hoe moeilijk het is om in die situatie je inspecties onafhankelijk uit te voeren. Want dat vraag je van zo’n interne kwaliteitscontroleur. Het gedaalde kennisniveau op de werkvloer hoeft niet zorgelijk te zijn als de controlerende taken maar voldoende aanwezig zijn en die mensen voldoende gelegenheid krijgen om iedere stap te controleren.”

Mechnisch beschadiging & Onthechting

ROL OPDRACHTGEVERS
Toch stelt hij tevreden vast dat steeds meer straal- en coatingbedrijven openstaan voor de eis van hun opdrachtgever dat de inspecteur of kwaliteitscontroleur altijd een extern persoon moet zijn. Zo niet, dan moeten applicatiebedrijven ervoor zorgen dat de interne kwaliteitscontroleur zich goed realiseert dat hij de controles echt onafhankelijk moet doen, omdat het bedrijf daar zelf uiteindelijk het meest bij gebaat is. Die persoon moet zich ook goed realiseren dat personen die rondom de applicatie aanpalende werkzaamheden uitvoeren, zoals lassers en metaalbewerkers, tijdens hun werk totaal geen oog hebben voor de coatings in de nabijheid en de mogelijke gevolgen op de coating van bijvoorbeeld lasspetters, inbrandingen of neerslaande lasrook. Maar ook opdrachtgevers zelf hebben een rol bij het bereiken van duurzame kwaliteit. 
Henk Ras: “Opdrachtgevers hebben in het algemeen best wel een gevoel bij de kwaliteit-prijsverhouding van coatingwerk. Er zijn natuurlijk altijd applicateurs die concurreren door een lagere prijs aan te bieden, maar de opdrachtgever mag zich dan best realiseren dat dat altijd ten koste gaat van iets in de applicatie. De applicateur gaat dan werk leveren waarop die eigenlijk geen garantie kan geven behalve de productgarantie. Ik denk dat opdrachtgevers zich ook wel eens mogen afvragen of ze wel altijd voor de goedkoopste moeten gaan. En als ze dat wel doen, dan moet zeker gesteld worden dat er externe controles worden uitgevoerd op de applicatie. Hoe dan ook: op bepaalde momenten en op bepaalde plekken moeten bepaalde parameters gemeten worden die van invloed zijn op de kwaliteit. Dat kun je handmatig doen met behulp van bepaalde meetapparaten, maar een geautomatiseerd systeem is ook mogelijk.”

Roestvorming & Slechte hechting TSA

MEETAPPARATEN
Door metingen kunnen de gevraagde kwaliteitsparameters worden vastgesteld, zoals de ruwheid van de ondergrond na het stralen, de aanwezigheid van in water oplosbare zouten, de temperatuur van het oppervlak op het moment dat men een oppervlaktebehandeling gaat uitvoeren, de vereiste laagdikte enzovoorts. Ook mag er gerust een proefplaat in de hele applicatie meelopen om de hechting van het totale verfsysteem op de ondergrond te testen inclusief de juiste droogperiode. Op tankwanden en bodems wordt heel vaak de porietestmethode toegepast na het aanbrengen en drogen van de coatings. Vooral bij lasnaden en dunne lagen is er de kans op een open porie, afhankelijk van de laagdikte. Een applicateur moet alle meettechnieken in huis hebben om te waarborgen dat de juiste kwaliteit is geleverd. Daarbij moet ook gedacht worden aan automatische systemen.
“Bij nieuwbouwprojecten is er soms sprake van een geconditioneerde ruimte waar 24 uur na het aanbrengen van de laatste laag een omstandighedencontrole automatisch doorloopt tijdens het drogingsproces. Zo’n 24-uurs controle is vooral gericht op het bepalen van de aanwezigheid van stof of temperatuursveranderingen in de droogruimte. Met de informatie daaruit hoef je in de regel niets te doen, maar als later een afwijking wordt geconstateerd, kan het wel van groot belang zijn om vast te stellen dat bijvoorbeeld de luchtvochtigheid tijdens de nacht ineens omhoog is gegaan, omdat de kachel is uit gevallen. Ook kan de temperatuur ineens heel sterk veranderd zijn, omdat iemand in die nacht werkzaamheden heeft uitgevoerd en daarbij de buitendeur heeft laten openstaan. Mensen die niet direct met coatings te maken hebben, maar soms wel hun werk doen in een afgesloten ruimte waar een gecoat object staat te drogen, staan er helemaal niet bij stil dat hun acties heel grote impact kunnen hebben op de beschermende functie van de aangebrachte coating.”

Slechte uitvoering & Vorming zinkzout

Meer informatie:
www.nebest.nl

Reacties