Capaciteitsdeling: legio voordelen, maar veel koudwatervrees

Jaap van Peperstraten

Bij de bedrijfsinrichting kijken we natuurlijk naar de markt, naar onze eigen expertise en onze financiële mogelijkheden. We beantwoorden aan de marktvraag door inzet van de eigen bedrijfscapaciteit. Maar in vele opzichten is het handig om ook buiten de eigen bedrijfsmuren te kijken als het gaat om productieplanning, inkoop, efficiënte benutting van capaciteit, voorraadbeheer, duurzaamheid, gebrek aan arbeidskrachten, enzovoorts. Capaciteitsdeling kan op vele problemen een antwoord zijn. Een verkenning.

Aan de ene kant heb je de eindige capaciteit van machines en mankracht. Aan de andere kant de marktvraag die geheel zijn eigen gang gaat. De twee sluiten lang niet altijd goed op elkaar aan, met aan beide kanten inefficiënties tot gevolg. Regelmatig moeten ondernemers dat zien op te lossen. De toenemende druk vanuit de markt, zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht, roept allereerst de vraag op of er bottlenecks zijn in de productie die een optimale benutting van de capaciteit verhinderen en, zo ja, hoe je die bottlenecks kunt opruimen. Als de capaciteit optimaal benut wordt, en er ontstaan tóch capaciteitsproblemen, kan ook gezocht worden naar onbenutte productiecapaciteit bij een concullega. Maar dat doen bedrijven niet gauw, want ze willen de concurrent niet wijzer maken dan hij al is. Financieel kan het echter wel aantrekkelijk zijn, want de klant wordt behouden en er wordt toch iets verdiend.

Ter illustratie even een uitstapje naar de transportsector. In deze branche neemt het getransporteerde volume in Europa ieder jaar licht toe, terwijl het aantal transportbewegingen veel sneller toeneemt. Oftewel, er rijden steeds vaker half of nauwelijks gevulde vrachtwagens over onze wegen, waardoor de filedruk toeneemt. Een lading-overstijgende coördinatie (carpooling voor cargo) zou die druk kunnen verlichten, maar zal niet zo snel georganiseerd worden omdat iedere probleemeigenaar op zichzelf te klein is. Met uitzondering van de rijksoverheid dan, maar die schrikt er al voor terug om rekeningrijden in te voeren, terwijl dat heel effectief zou kunnen zijn.

VERTROUWEN

In onze industrie kan het zeker nuttig zijn om capaciteitsdeling te onderzoeken of op z’n minst enige vorm van samenwerking tussen bedrijven. Zo vraagt de markt steeds meer om totaaloplossingen, die via samenwerkingsovereenkomsten geleverd kunnen worden. De concurrentie tussen individuele ondernemingen wordt langzaamaan vervangen door een competitie tussen ketens van producent en toeleveranciers. Daarbij wordt door de druk op de prijzen tijdelijke onder- en overcapaciteit duurder, wat tegengegaan zou kunnen worden door buiten de eigen bedrijfsmuren te kijken. Kortom, genoeg argumenten voor capaciteitsdeling, maar in de praktijk zien we er nog weinig van.

Een bedrijf dat op dit terrein wél actief is, is Aldor. Directeur Michael Baas licht het hoe en waarom toe: “Tijdelijke ondercapaciteit doet zich regelmatig onverwacht voor. Als je dan nog buiten de deur een oplossing wilt vinden, begin je eigenlijk al te laat. Je moet daarvóór al even bij elkaar in de keuken hebben gekeken en afspraken hebben gemaakt. Het gaat om terugkerende orders die tijdelijke ondercapaciteit veroorzaken. Het bij elkaar in de keuken kijken is nodig om de kwaliteit vast te stellen; die moet minimaal gelijk zijn aan jouw eigen kwaliteit. Maar het allerbelangrijkste is dat je vertrouwen hebt in elkaar. Je moet elkaar echt in de ogen hebben gekeken. Je kunt het niet even over de telefoon regelen. Dat vertrouwen moet er zijn, niet alleen wat betreft de kwaliteit, maar ook omdat ik als uitbesteder niet wil dat de ander mijn klant overneemt. Dat zouden ze immers kunnen doen.”

GOEDE AFSPRAKEN

Dit betekent in de praktijk dat de uitbesteding niet aan de grote klok gehangen wordt. Daarom moeten er goede afspraken worden gemaakt over het verpakken van de producten en levering naar de eindklant. Michael Baas: “Daar hebben we goede afspraken over, bijvoorbeeld dat het verpakken in mijn kwaliteit en stijl gebeurt. Daarom laat ik de levering aan de eindklant altijd via mij lopen en nooit rechtstreeks vanuit mijn capaciteitsuitbreider. En als je het over kwaliteit hebt, praat je over de anodiseerkwaliteit, de kleur, enzovoorts. Dat zit ook allemaal binnen Qualanod, dus de ander moet wel dat kwaliteitscertificaat hebben. Dat is echt belangrijk, want stel dat de kwaliteit niet goed is, dan ben ik daar verantwoordelijk voor. Voor de geringe marge die ik bij dergelijke opdrachten heb, moet ik het dan wel voor 100 procent opnieuw doen. Dus vertrouwen is het kernwoord als het gaat om capaciteitsdeling.”

Ook moet uitbesteding financieel mogelijk zijn. Degene die het werk tijdelijk overneemt, krijgt een lagere prijs dan de prijs die aan de klant berekend wordt. De prijsstructuur in onze markt is overal hetzelfde, plus of min tien procent. Je zult niemand vinden die het werk twintig procent goedkoper doet. “Je moet voldoende van je concullega afweten, zodat je werk uitbesteedt dat in zijn kracht en competenties ligt. Anodiseren heeft ongeveer vijftien tot twintig verschillende verrichtingen waarin men sterk kan zijn. Je besteedt alleen dat werk uit, waarvan je weet dat de ander de verrichtingen juist en kostenefficiënt doet. Dan is de uitbesteder ook in staat mij een prijs te geven die voor mij een – kleine – marge overlaat. Zij hebben dan een marge en ik ook. Daarnaast moet ook de levertijd passen bij mijn levertijden, dus er moet voldoende vrije capaciteit zijn.”

INTERNETPLATFORM

Een bedrijf dat zich volledig richt op capaciteitsdeling, is het platform i.Revitalise in België. Dit bedrijf wijst op een studie van PwC uit 2016, die laat zien dat in 2015 de deeleconomie in Europa goed was voor 28 miljard euro aan transacties. Tegen 2025 groeit de economische waarde van die transacties naar schatting tot 580 miljard euro in Europa. I.Revitalise wil daaraan bijdragen door in de Benelux een platform aan te bieden waar capaciteitsvragers en -aanbieders elkaar kunnen vinden. Het bedrijf wil hierin vooral een rol spelen in de maakindustrie, de onderhouds- en revisiesector en voor onderzoeks- en ontwikkelingsinstituten. ION is partner van i.Revitalise – en daarmee ook alle IONleden.

Stefan Verreyken, directeur van i.Revitalise, vertelt dat het platform in juni 2017 is opgestart. In het eerste jaar is men voornamelijk bezig geweest met het bouwen van een adequaat platform op internet, waar vragers en aanbieders van capaciteit elkaar makkelijk kunnen vinden en gestructureerd zaken met elkaar kunnen doen. Het internetplatform lijkt echter haaks te staan op de opmerking van Michael Baas dat je elkaar in de ogen moet kunnen kijken. Of ligt dat toch anders? Stefan Verreyken: “Aan dat aspect willen we zeker ook aandacht besteden. Vertrouwen is belangrijk en we bekijken een samenwerking met  partner Agoria die deelnemers offline laat kennismaken met elkaar, maar tegelijk de mogelijkheden van het digitale platform laat zien. We hebben eveneens een partnership met de open manufacturing campus in Turnhout. Daar willen wij ons concept toelichten en bedrijven attent maken op de mogelijkheid van capaciteitsdeling. Er ontstaan dan al gauw vragen over hoe het nu precies werkt, wat de kosten zijn en hoe die berekend worden. Door samen te werken, willen we die vragen beantwoorden.”

Michael Baas, directeur van Aldor - foto Désirée Driesenaar

Michael Baas, directeur van Aldor - foto Désirée Driesenaar

BESCHIKBARE CAPACITEIT

Verreyken is acht jaar officier geweest bij de Belgische luchtmacht waar hij verantwoordelijk was voor het onderhoud. Daarna heeft hij gewerkt bij een toeleverancier van Airbus en in die functie is hij vaak in contact gekomen met leveranciers van materialen, machines en apparatuur. In die tijd heeft hij regelmatig gezien dat vraag en aanbod niet goed op elkaar aansloten, wegens gebrek aan kennis over beschikbare capaciteit. “Wij bieden de mogelijkheid om beschikbare capaciteit in de eigen regio te vinden en met andere bedrijven te gaan samenwerken. Inmiddels hebben zich binnen de Benelux vijftig bedrijven aangemeld die soms capaciteit ter beschikking hebben. In totaal zijn er 150 bedrijven met concrete belangstelling. We zijn nog maar net begonnen en verwachten een sterke groei. Daarin moeten wij nog verder investeren om het potentieel te benutten.”

Voor de branche oppervlaktetechnieken kan i.Revitalise zelfs een mobiele thermische spuitinstallatie aanbieden, vanuit het bedrijf Durallco uit Zuid-Brabant. Die installatie kan met een vrachtwagen bij de klant worden gebracht. Daarnaast wijst Verreyken erop dat zijn platform ook geschikt is voor bedrijven die bezig zijn met innovatie, onderzoek en ontwikkeling en graag willen beschikken over hooggekwalificeerde machines, apparatuur en infrastructuur, zonder daarvoor diep in de buidel te moeten tasten. Ook bedrijven die door omstandigheden te maken krijgen met een productiestop of -problemen kunnen via het platform wellicht toch snel een manier vinden om de productie voort te zetten.

Reacties