“Modern technisch onderwijs een kwestie van innoveren en investeren”

Jaap van Peperstraten

Combinatie van acties nodig voor aanpak tekort aan vakkrachten.

Als je het hebt over opleidingen is het zaak om ook eens goed te kijken naar het technisch onderwijsveld van vandaag en vooral naar de vraag of jongeren uit dat onderwijs van betekenis kunnen zijn voor onze branche. Een persoon die als een spin in dit web zit, is Leen Prins, voorzitter van het landelijke platform Bouwen, Wonen en Interieur en in het dagelijks leven werkzaam als locatiedirecteur vmbo-b/k/g van het Schoonhovens College. Welke ideeën zijn er om voldoende goed opgeleide vakkrachten uit het onderwijs te krijgen?

Dat het technisch onderwijs een opknapbeurt nodig heeft, heeft het rijk de afgelopen jaren zelf ook wel begrepen. Daarvoor is extra geld beschikbaar gesteld. Die versterking is niet alleen nodig om het onderwijs zelf en de faciliteiten te verbeteren, maar ook om te bereiken dat meer jongeren kiezen voor een opleiding in de techniek. Voor onze branche is het platform Bouwen, Wonen en Interieur een partij om het belang van onderwijs inzake oppervlaktetechnieken te promoten. Aan dat platform zijn 160 (v)mbo-scholen verbonden, maar ook een aantal regiodirecteuren en brancheorganisaties uit de betreffende vakgebieden. Ook ION is verbonden aan dit platform.

Leen Prins legt allereerst uit hoe het zit met het extra geld voor de versterking van het technisch onderwijs. “Dat geld bestaat uit twee fases. Fase 1 heeft betrekking op de gewenste vernieuwing van het vmbo waar aanvankelijk geen geld voor beschikbaar was gesteld. Dat is er nu wel. Een bedrag van 100 miljoen euro wordt verdeeld over de jaren 2018 en 2019 en besteed om achterstanden in te lopen en de vernieuwing vorm te geven. Concreet gaat het om het aanschaffen van inventaris en materialen, het inzetten van personeel, het ontwikkelen van nieuwe beroepsgerichte keuzevakken, het aantrekken en professionaliseren van docenten en een betere aansluiting genereren met het mbo en bedrijfsleven. Ik beschouw fase 1 als reparatie. Vanaf 1 januari aanstaande treedt fase 2 in werking met in kas een bedrag van 440 miljoen euro voor de periode 2020 – 2023. Dat geld is bedoeld voor een toekomstbestendig sterk techniekonderwijs door regionale samenwerking.

Leen Prins

Leen Prins

Uitdagingen

Maar om daar een deel van te krijgen, moet een regio eerst een projectplan indienen om het toekomstbestendige vmbo in de genoemde periode gestalte te geven. In zo’n plan moet ingespeeld worden op kenmerken van de regionale arbeidsmarkt en afstemming zijn bereikt met gemeenten en regionale bedrijfsleven. De keuzevakken moeten een relatie hebben met de regionale arbeidsmarkt. Als daarin bijvoorbeeld geen werk is op het gebied van oppervlaktetechnieken, moet je je afvragen of je daar een keuzevak over moet aanbieden. Op het Schoonhovens College zijn ze al aardig ver met deze opzet, want daar wilde men altijd al zo dicht mogelijk aansluiten bij de beroepspraktijk.

Men heeft daartoe een structuur bedacht waarin een grote plaats is ingeruimd voor de Stichting Vrienden van het Schoonhovens college. Daarin zitten vijf ondernemers met daaronder een adviesraad van twaalf tot vijftien mensen uit verschillende takken zoals bouw, metaal en de zorg. Die raad adviseert de school en vertegenwoordigt de meer dan honderd leden van de stichting. Egbert Stremmelaar is bestuurslid van die stichting.

Leen Prins: “De uitdagingen voor het technisch onderwijs zijn enorm. Ten eerste zijn er overal veel minder leerlingen dan vroeger. Dat is gewoon een demografisch gegeven. Had een school in 1980 nog duizend leerlingen, nu heeft diezelfde school nog maar 600 leerlingen. Over de hele linie zie je dus nu veertig procent minder leerlingen. Een tendens die de komende tijd nog wel even zal doorgaan. En dan gaat er ook nog eens veel onderwijskundig personeel binnenkort met pensioen. De opdracht is om de interesse in de techniek te vergroten. Dat betekent dat je moet investeren om het technisch onderwijs modern en aantrekkelijk te krijgen. Wij doen dat bijvoorbeeld door een gemengde leerweg aan te bieden. Dat is eigenlijk een mavo met een beroepsgerichte component erin; dit draait als een tierelier. Verder zijn wij de eerste school die het keuzevak lasrobot aanbiedt en daarvoor hebben wij dus een lasrobot aangeschaft. Ook kunnen leerlingen zich bij ons verdiepen in 3Dtekeningen.”
 

Klaslokaal met leerlingen en leraar

Theorieles

AFFINITEIT

Hij wijst erop dat je hiermee het onderwijs aantrekkelijk maakt voor leerlingen, wat niet onopgemerkt bleef, want vorig jaar steeg het aantal aanmeldingen bij het Schoonhovens College met twintig procent, terwijl het aantal leerlingen in groep 8 het jaar daarvoor met ongeveer 12 procent was gedaald. Een prestatie om trots op te zijn. De school biedt naast het profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI), ook de profielen Produceren, Installeren en Energie aan (PIE), evenals Zorg en Welzijn en Economie en Ondernemen. Naast vaste profielvakken zijn er facultatieve keuzevakken. Op het gebied van oppervlaktetechnieken bestaat er op school geen keuzevak, bijvoorbeeld poedercoaten of natlakken. Wel komt oppervlaktetechniek soms voor in een keuzevak bij BWI en PIE, maar hoeveel aandacht het precies krijgt, is volgens Prins sterk afhankelijk van hoeveel affiniteit de betreffende docent er mee heeft.

“In ieder geval moet je de leerlingen er kennis mee laten maken. Als ze bijvoorbeeld metaal bewerken, moeten ze beseffen dat het proces niet af is als zij het product gemaakt hebben. Gelukkig zit in onze Stichting Vrienden van het Schoonhovens college een bedrijf dat diverse oppervlaktebehandelingen uitvoert, namelijk Spuiterij Clay uit Stolwijk. Aan leerlingen bieden ze excursies en stageplekken aan. Ook concrete opdrachten kunnen daar soms worden uitgevoerd; wij hebben hier bijvoorbeeld staanders gemaakt voor de sportzaal die twee leerlingen hebben behandeld bij Clay. Daar hebben we een filmpje over gemaakt (zie filmpje hieronder). Zelf denken wij er ook over om het vak oppervlaktetechnieken op één of andere manier te integreren in één of meer keuzevakken waardoor leerlingen ervaren dat het werk nog niet gedaan is als een product is ontworpen en gemaakt. Verder zijn we met ION aan het kijken of er eventueel lesmateriaal ontwikkeld kan worden en misschien gaat Savantis ook iets ontwikkelen.”
 

Lasrobot in een speciaal ingericht lokaal

Lasrobot in een speciaal daarvoor ingericht lokaal.

KEUZEVAK OPPERVLAKTETECHNIEKEN

De gedachtevorming met ION is erop gericht om de haalbaarheid te onderzoeken van het ontwikkelen van onderwijsmateriaal dat zou kunnen leiden tot een keuzevak in oppervlaktetechnieken voor maximaal honderd klokuren. Een keuzevak mag op locatie worden aangeboden bij een erkend opleidingsbedrijf en daarvoor zou men dus terecht kunnen bij Clay en/of het bedrijf Breedveld in Hardinxveld-Giessendam. Gelet op het tekort aan goed opgeleide vakkrachten, moet je volgens Prins een combinatie van maatregelen uitvoeren om dat tekort op te vangen. “Naast het aanbieden van een gemengde leerweg denken we ook na over de start van een vak havo waar havisten voor een beroepsgericht deel kunnen gaan kiezen met een grote rol voor techniek. Dit idee is niet nieuw, maar kan van betekenis zijn als je praat over het tekort aan vakkrachten. Dat tekort is zeker een probleem, maar de verdwijning van veel technische kennis doordat veel arbeidskrachten eerdaags met pensioen gaan, is misschien wel een nog groter probleem. Dat zou aangepakt moeten worden door gepensioneerden, of zij die dat binnenkort worden, in staat te stellen hun kennis over te dragen. De overheid zou dit moeten stimuleren en faciliteren. Bedrijven zouden ook actiever moeten worden richting onderwijs door bijvoorbeeld medewerkers tijdelijk beschikbaar te stellen als docent en excursies en stageplekken aan te bieden.

Brancheorganisaties zouden na moeten gaan of zij in samenspraak met de scholen adequaat lesmateriaal kunnen ontwikkelen en als koppelaar kunnen fungeren tussen bedrijven en scholen. En als zij een beurs organiseren, zouden ook vmbo- en mbo-docenten, bijvoorbeeld via een speciale sessie, verleid moeten worden om daarnaar toe te gaan en zo kennis kunnen maken met de branche. Kortom: een veelheid aan acties is nodig.

PROFIEL BOUWEN, WONEN EN INTERIEUR OP HET VMBO

Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) is een van de profielen (richtingen) die je op het vmbo kunt volgen. Ongeveer 170 vmbo-scholen in Nederland bieden dit profiel aan. Er zijn ook scholen die alleen een deel van dit profiel aanbieden. Binnen BWI zijn diverse mogelijkheden, zoals infra, metselen, meubel maken & Interieurbouw, timmeren in een timmerfabriek, schilderen, timmeren op een bouwplaats, sign, interieurontwerp.
 

leerlingnen

Leerlingen van het Schoonhovens college.

Reacties