Oppervlaktetechnologie zal kleur moeten bekennen

Egbert Stremmelaar

In de industrie overheersen vaak de technische kenmerken. Echter, steeds meer wordt ook het esthetische of belevingsaspect belangrijk gevonden. Nu is kleur overal om ons heen en deze is niet objectief waar te nemen. Immers, de kleurwaarneming is het gevolg van een lichtspectrum op een object dat via ons oog in de hersenen als beeld wordt ervaren.

Bij Vereniging ION kwamen en komen de nodige opmerkingen over kleur binnen, zowel van leden als van klanten van leden. Leveringsgeschillen gaan momenteel veel over kleurverschillen en kleurvastheid (UVbestendigheid) en bij grote of openbare werken spelen kleurvastheid en verkrijting een belangrijke rol bij het bepalen van de kwaliteit van de aannemer. Kleur is onlosmakelijk verbonden met oppervlaktetechnologie en dus een ook belangrijk thema voor oppervlaktebehandelende bedrijven.

Bij de anodiseurs van Qualanod is het thema ‘kleur” prominent op tafel gekomen en is er een werkgroep geformeerd. Zie ook het artikel Qualanod verbreedt de focus dankzij Nederlandse voorzitter op pagina 30. Maar ook op het gebied van poedercoating komen er steeds meer issues op tafel die met kleur te maken hebben. Ook bij Qualicoat en Qualisteelcoat zijn inmiddels werkgroepen geformeerd die zich daarop richten. Voor Vereniging Qual.ION een reden om zich nadrukkelijk met dit onderwerp bezig te gaan houden en de samenwerking te zoeken met specialisten op het gebied van kleur en kleurwaarneming, zoals de Stichting Nederlands Kleur Instituut (SNKI), leveranciers van kleurbepalende producten zoals poederfabrikanten en chemicaliënleveranciers en met de klanten in de keten zoals de Vereniging van gevelbouwers (VMRG).

Bij Qualanod Nederland (licenties anodiseren) is men begin 2019 gestart met een project over kleur. Omdat anodiseren veel gebruikt wordt in de architectuur en tegenwoordig lang niet altijd alles in één badge wordt besteld, is er de anodiseurs veel aan gelegen om vooraf te kunnen voorspellen wat bepaalde bewerkingen voor effect hebben op de kleurwaarneming van een object. Daar komt bij dat door de toename van gerecycled aluminium de legeringen ook binnen hun toegestane specificatie kunnen variëren. De legeringselementen hebben invloed op de kleur.

Uit de testen is gebleken dat de kleurwaarneming bij geanodiseerd werk wordt bepaald door de tint, de verzadiging, de helderheid en de structuur van het materiaal. Dat betekent dat dus ook de voorbehandeling van het materiaal tot verschillende kleurwaarnemingen kan leiden. Dat zijn best veel variabelen en dus is de kans op afwijkingen ook groot en wordt er een groot beroep gedaan op het vakmanschap van de applicateur.

In het proces kunnen kleurverschillen optreden als er niet naar kleureffecten wordt gekeken.

In het proces kunnen kleurverschillen optreden als er niet naar kleureffecten wordt gekeken.

Om te komen tot een uitgangspunt is bij vrijwel alle Qualanod-licentiehouders een aantal proefplaatjes geanodiseerd in de kleur blank (EN AW 5754 en EN AW 6082). Daarbij is rekening gehouden met de voorbehandeling volgens DIN 17611. Bekende voorbehandelingen zijn ontvetten, polijsten, slijpen, schuren, stralen en borstelen. Een aantal van deze voorbehandelingen verandert ook de oppervlaktestructuur waardoor er een andere kleurwaarneming kan optreden.

Na het behandelen van het aluminium volgens het Qualanod-proces, zijn de plaatjes opgestuurd naar het meetinstituut en zijn conform de CIE1976 Colorspace de parameters bepaald. Naast de kleurmeting is een glansmeting gedaan. In eerste aanleg conform de specificatie met 60°, maar vanwege de lage waarde (<10) ook met een 85°-meting (conform de standaard wordt bij een waarde onder de 10 bij een meting van 60° de meting herhaald met 85°). Het resultaat was dat de kleurverschillen groter waren dan de JND (just noticeable differences). Dat betekent dat bij de vraag naar een specifieke kleur, een reparatie of aanvulling op een order altijd een staal ter controle nodig is om de kleurwaarneming aan het bad te bepalen. Dat is nu nog de enige manier om de reproduceerbaarheid van de kleur te waarborgen. Wel is daarna de kleurvastheid van geanodiseerd materiaal erg hoog (invloed van UV erg laag). Voor de toekomst is het de wens om door het vastleggen van alle voorbehandelingen en procesparameters de voorspelbaarheid van kleur te vergroten.

Voor poedercoatings blijkt dat bij het reproduceren van het poeder ook kleurverschillen kunnen ontstaan die later niet meer zijn te corrigeren. Het is daarom gewenst om voor reparaties of aanvullingen het gebruikte poeder uit dezelfde badge te bewaren. Dat moet dan wel onder geconditioneerde omstandigheden gebeuren om de kwaliteit van het poeder te waarborgen. In de Qualicoat en Qualisteelcoat is een procedure opgenomen om poeder ook na de BBD (best before date) te gebruiken. De UV-bestendigheid wordt voor de poeders in de specificatie in “class” uitgedrukt.

Tijdens de Dag van de Oppervlaktetechnologie 2019, op 13 november op de TU Campus in Delft, zal het thema kleur uitgebreid worden behandeld.

Reacties