Is pre-anodiseren altijd de beste oplossing?

Frank Viester

Om meteen met de deur in huis te vallen, nee. Naast de min of meer traditionele conversielagen als Chroom-3, titaan of zirkoon, al dan niet in combinatie met een polymeer, wordt pre-anodiseren met regelmaat toegepast als voorbehandeling op aluminium om filiforme corrosie (FFC) te voorkomen. FFC, dat vooral in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw een groot esthetisch probleem was, wordt sindsdien zeer sterk gereduceerd door de naleving van de “Praktijkaanbevelingen” van het Aluminium Centrum.

In deze aanbevelingen gaat het niet alleen over oppervlaktebehandeling, maar vooral ook over de toepassing van de juiste legering, het ontwerp van de constructie en de uitwerking hiervan. Onder het hoofdstuk Oppervlaktebehandeling gaat het ook over pre-anodiseren. Hoewel deze behandeling een probaat middel is tegen FFC, zijn er echter ook grote risico’s verbonden. Een daarvan is het risico van onthechting na onvoldoende naspoelen. Groot probleem hierbij is dat er geen, voor de oppervlaktebehandelaar, werkbare methode en parameters zijn om te bepalen of er werkelijk voldoende nagespoeld is. Erg belangrijk hierbij zijn de verblijftijd in het spoelbad en de temperatuur van het spoelwater. Stond er aanvankelijk in de Qualicoateisen een maximale spoeltemperatuur van 50°C, de ervaring heeft geleerd dat dit eigenlijk rond 70°C moet liggen. De temperatuur mag echter ook niet te hoog worden, anders wordt de anodiseerlaag geseald, hetgeen ook weer gevolgen kan hebben voor de lakhechting.

Een heel ander punt, en wellicht nog zwaarder wegend dan de onthechtingsrisico’s, zijn de corrosiewerende eigenschappen zelf. De bescherming tegen FFC zelf is uitstekend, hierover geen discussie. In de hierboven aangehaalde “Praktijkaanbevelingen” staat dat alle profielverbindingen in een constructie waterdicht gekit/gelijmd moeten zijn. Indien hieraan voldaan wordt, en in de praktijk is dit vaak ook zo, zullen er geen FFC-problemen optreden, ongeacht de toegepaste voorbehandelingsmethode. Het voldoende beitsen speelt hierbij ook een doorslaggevende rol. Als die profielverbindingen niet goed gesloten zijn, kunnen zich tussen de profielen op de niet-behandelde zaagkanten stoffen nestelen, zoals bijvoorbeeld chloriden, waardoor FFC kan ontstaan bij traditionele voorbehandelingen.

Hoe dichter bij de kust, hoe groter het risico. Pre-anodiseren zal die FFC tegenhouden. Echter, onbehandelde zaagkanten zullen onder invloed van onder meer chlorides toch gaan corroderen. Voor corrosievorming is FFC de weg van de minste weerstand. Is deze weg afgesloten, dan kan er tussen de profielen contactcorrosie optreden dat kan ontaarden in putcorrosie. Is er bij FFC alleen sprake van esthetische schade, bij contactcorrosie kan op den duur het aluminium achter de coatinglaag weggevreten worden waardoor het risico van schade aan de constructie erg groot wordt.

Groot verschil tussen de corrosievormen is dat FFC reeds na ongeveer twee jaar optreedt, bij contactcorrosie overgaand naar putcorrosie kan dit wel 10 tot 12 jaar duren. Voor sommigen zal het credo zijn dat de garantieperiode dan voorbij is. Daar tegenover staat dat het bij ramen en gevels gaat over producten met een verwachte levensduur van 35 tot 40 jaar. Garantie of niet, iedereen in deze keten heeft een verantwoordelijkheid, ook op langere termijn.

 

Reacties